Lucht en water

Voor Dirk kan de zon dan vrolijk schijnen, roeiers weten wel dat het weer onvoorspelbaar blijkt.
Zelfs voor weervoorspellers. Voor de zekerheid kijk je op Buienradar hoe het er voor staat met het water in de lucht rond Amsterdam; geen wolkje te bekennen. Laat staan van die gemene kleine rode vlekjes waar onweer uit kan komen. Ga je dus lekker roeien, word je overvallen door een fikse bui.

Gelukkig komt het niet zo vaak voor, maar toch, ook die donderslag bij heldere hemel is in het roeiersbestaan geen uitzondering. Daar lig je dan nat en koud onder de Rozenoordbrug te wachten tot die plotselinge zwarte wolk weer weggewaaid is. En onder zo’n zwarte wolk –dat zal iedere zeiler je vertellen– kan het opeens heel hard gaan waaien. Moet je in een toch al wat zenuwachtige boot er voor zorgen dat je niet de dukdalven in verlijert. Aan de andere kant, ooit roeide ik samen met iemand die gek is op onweer en in een bui niet kon wachten op de volgende bliksem en donder, het liefst midden op de rivier. Alsof we de Legenda Aurea moesten bevestigen. Roeiers lijken er in alle soorten maten te zijn…

Een van de heftigste regenbuien per roeiboot maakte ik mee op een mooie laat-zomerse ochtend. Marcel Pouw had besloten dat, ter afronding van de instructie, “we [hij bedoelde mij] maar eens de Amstel op moesten”. Kopjes en schoteltjes begon het te regenen, het stortte met bakken naar beneden. Lucht en water één grote grijze massa. Het regende zo hard dat je het water uit je ogen wil wrijven. Niet zo handig in een skiff. Al gauw was mijn voetenbord half onder water verdwenen. Gek dat een vuurproef zo nat kan zijn. Stond Marcel daar mooi te grijnzen in zijn regenspullen. Die heeft hij altijd bij zich. Ook wanneer de zon schijnt.

Bram de Blécourt