Goede roeimanieren

Bij het roeien gaat het er om twee elementen in topconditie te krijgen en te houden: je lichaam en het materiaal. Over jouw lichaam hebben we niks te zeggen, dat moet je zelf doen. Vaak roeien en wellicht daarnaast nog extra indoor- of outdoor training. Wanneer je er een regelmaat in krijgt dan wordt het top en ga je presteren. Zit je in een ploegje dan stimuleer je elkaar tot nog betere prestaties.

Dan het materiaal, het andere heel belangrijke aspect in het roeien. In een goede boot roei je fijner en zul je beter presteren. Heb je een boot die van jou is, is dat je eigen ding, daar heeft De Amstel niks over te zeggen. Maar we zijn nu eenmaal lid van een vereniging, we hebben samen de boten en zijn er samen verantwoordelijk voor. Het goed omgaan met en het goed verzorgen van de boot waarin je roeit, komt niet alleen jou ten goede, maar is ook noodzakelijk om de volgende roeier/roeister er prettig in te laten roeien.

Het gaat dan over normen en waarden, maar dat vinden we zo zwaar klinken, we noemen het liever Goede roeimanieren. In deze en volgende nieuwsbrieven zullen wij regels (in willekeurige volgorde) stellen voor goede roeimanieren waarvan wij hopen en verwachten dat ze het plezier in het roeien bij De Amstel zullen verhogen.

Goede roeimanier 1: Schade melden
Het kan iedereen wel eens overkomen, even een moment van onoplettendheid en je veroorzaakt zomaar schade aan het materiaal. Vervelend, maar het gebeurt. Neem je voor om de volgende keer wat beter op te letten en je aandacht tot en met de laatste haal bij het roeien te houden. Wat je ook moet doen: meldt de schade in het schadeboek! Dan gaan we aan de slag om de schade zo snel mogelijk te herstellen.

Goede roeimanier 2: Ga niet met onderdelen van een andere boot aan de haal
Vervelend, wil je roeien, blijkt bijvoorbeeld het bankje kapot. Je komt dan wellicht snel in de verleiding het probleem te verleggen door een bankje uit een andere boot te “lenen”. Dat is niet de goede manier, je hoort en beter is het om de schade te melden en dan maar een andere boot af te schrijven, het is niet anders.

Goede roeimanier 3: Uit de vaart is Uit de vaart
Dat wij boten uit de vaart halen, is natuurlijk niet voor niets. Er is schade en die is zodanig dat roeien in dat materiaal niet verantwoord meer is. De schade wordt verholpen en ga er vanuit dat we die zo snel als mogelijk willen herstellen. Dat vergt tijd, soms meer dan gehoopt en gedacht, er is een nog ernstiger schade, we moeten wachten op onderdelen etc. Je mag ons best achter de broek zitten om het probleem op te lossen maar blijf wel van de boot af.

Goede roeimanier 4: Laat geen “Bloed aan de paal”
Bloed aan de paal, dat is best wel stoer, althans onder (ex)wedstrijdroeiers, dat je ondanks blaren en (hele) zere handen gewoon door roeit. Dat is te prijzen, je zult met zo’n inzet eerder een blik trekken. Maar ruim het dan wel weer op!!!! Maak je riem na het roeien schoon, dat is hygiënischer, beter voor het materiaal en wel zo prettig voor diegene die na jou die riem in z’n/haar handen moet nemen.

Goede roeimanier 5: Vlot schoonmaken
Ik heb het niet zo op ganzen, wanneer jij wel wat hebt met die beesten, ook goed. Maar ik betrap ze voornamelijk op de nare gewoonte om ons vlot te bevuilen. Poep wordt in zulke hoeveelheden beter aangeduid als stront. Heel smerig. Je hebt de neiging om er met een grote boog omheen te lopen. Beter is het om het op te ruimen. Niet het meest edele werk maar wel dankbaar, want met een schoon vlot is het prettig in- en uitstappen. Voor jou en voor je collegaroeiers. Dus zie je stront op het vlot, pak de bezem en ruim het op.

Goede roeimanier 6: Schrijf je boot af
Iedere Amstelroeier weet dat we een reserveringssysteem voor boten hebben. Toch wordt wel eens verzaakt een boot af te schrijven om er vervolgens “gewoon” mee weg te roeien. Jij hebt je gered, maar een ander staat in zijn/haar hemd. Ook heel vervelend is het om een boot te hebben afgeschreven om vervolgens te constateren dat ie er niet is. Daarom: schrijf altijd je boot af. Vergeet ook niet de boot te bevestigen op de vereniging indien je de boot thuis al gereserveerd hebt. Een kleine moeite.

Goede roeimanier 7: Boot schoonmaken
De Amstel heeft een grote en prachtige vloot, waar menig andere vereniging jaloers op is. Dat willen we zo houden. Voor het grotere onderhoud en voor reparaties hebben we een bootsman. Maar als roeier kan en moet je ook een bijdrage leveren. Dat doe je door bij binnenkomst de boot schoon te maken. Pak een dweil, gebruik eventueel de tuinslang en maak de huid schoon en droog voordat de boot weer in de stelling gaat. En kijk ook eens naar het interieur van de boot, daar kan soms ook wel een lap over heen.

Goede roeimanier 8: Aanleggen zonder de punt aan gort te varen
Af en toe zie je ploegen, wind in de rug, zweet op het voorhoofd en schijnbaar toch nog even met een laatste tien op de benen met een noodvaart op het vlot afstuiven. Op het allerlaatste moment hoor je dan: “laat lopen... houden!!” Bijna te laat, maar het gaat toch nog net goed...

Hoewel, laatst werd in twee gevallen jammerlijk de punt van een vier afgevaren en menig keer zie je dat de punt en/of de huid van een boot onbarmhartig langs het vlot schraapt. Alleen doordat de boegen zich met een ware doodsverachting aan het vlot weten vast te grijpen, wordt ternauwernood voorkomen dat de punt doorschuift en tegen de kopse kant van het talud aan knalt.

Paul Sterk, lid van de materiaalcommissie, heeft voor deze vergrijpen (ja, zo noem ik dat en het bestuur wil dat ik een strenger boetebeleid toepas) de volgende remedie: Aanleggen in een vier doe je met z’n tweeën! Dat klinkt vreemd, maar is het dat? Nou, helemaal niet. Kan aanleggen anders dan, hoor ik je/u mompelen? Jazeker, misschien even oefenen, maar de “met z’n tweeën in een viertje” methode is makkelijk te leren.

Bedenk daarbij, bij De Amstel heb je (nagenoeg) altijd wind mee als je aan gaat leggen. Dus weinig risico dat je tegen een orkaan in moet roeien om het vlot te halen. De kans dat je (te) hard op het vlot afgaat, is daarom vele malen groter dan dat je door wind tegen alsnog harde halen zou moeten maken om aan te komen.

Hoe gaat de methode in z’n werk? Zo’n tien halen voor het daadwerkelijk aanleggen roept de stuur: “Twee boegen laten lopen, alleen de twee slagen roeien door”. De boegen houden veilig boord. Vlak bij het vlot laten ook de slagen lopen, “riemen hoog” en rustig, zonder paniek, glijd je met de boot naast het vlot.

Doordat je minder snelheid hebt is het allemaal wat makkelijker te overzien en heb je meer tijd om alles rustig uit te voeren. Wel altijd een beetje snelheid houden want met een (te) lage snelheid kan de stuur aan het roer trekken wat hij wil, maar de boot reageert dan niet!

De meer geoefende ploeg kan ook de boeg mee laten kijken en op tijd (eigen initiatief, wel van te voren goed afspreken) wat laten houden zodat de boot op tijd bij kan draaien.

“Easy” toch? Probeer het eens uit en voorkom zo schade aan onze vloot, het houdt de gemoederen in de boot wat bedaard en het zelfvertrouwen van de stuur krijgt ook weer eens een positieve “boost”.

Probeer het ook eens met z’n vieren in een acht, in je eentje in een twee of bedenk zelf ook eens een variatie op dit thema. Daarbij is het motto altijd: let op elkaar en neem de tijd!

Wil je ‘t een keer oefenen? Vraag het eens aan de leden van de materiaalcommissie, die willen graag een keer meekijken en aanwijzingen geven.

Veel roeiplezier gewenst!

Hans Vendrig, Commissaris vloot
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.