De Solitair II, meer dan versiersing

In de koepel van de Amstelzaal zien we nu de Solitair II hangen. De toekomst van deze winnende skiff op de Olympische spelen van 1968 was lang niet zeker. Maar met steun van Femke Dekker, André Bolhuis en Henk-Jan Zwolle slaagden Dick van Nes en Pim Fenger er in de boot te laten exposeren in de Olympic Experience, sportmuseum in het Olympisch Stadion. Eervol naast de spikes van Fanny Blankers-Koen, het judopak van Anton Geesink en de fiets van Joop Zoetemelk. Collega sporthelden. Oud bootsman Olaf de Ronde nam, met medewerkers, de restauratie voor zijn rekening.

Na de dramatische sluiting van het museum in het Olympisch Stadion toonde het Scheepvaartmuseum interesse in het kader een een langdurige tentoonstelling over wedstrijdboten. Na wisseling van de wacht wilde men wel de boot netjes opslaan, maar zonder garanties voor exposeren. En dat was niet onze bedoeling.

Vorig jaar bleek de Olympic Foundation for Culture and Heritage, het culturele hart van het IOC, met zijn Olympisch Museum in Lausanne, grote belangstelling te hebben: "We would be very interested in Jan Wienese's boat, oars and outfit that have a well documented history". Maar ook hier bleek men later meer gevoelig voor het bezit dan voor het exposeren. En had men zich pas later gerealiseerd wat voor beslag 8 meter skiff op de ruimte legt. Ze gaven wel suggesties zoals het River and Rowing Museum in Henley on Thames en het Sportimonium in Hofstade-Zemst. Maar daar is geen geschiedenis aan te verbinden. Wel aan de Xochimilco roeibaan in Mexico, waar nu een desolate roeivereniging aan ligt. En die hangplek gunnen we boot noch Jan.

Ter ere van het jubileum van de gouden medaille die Jan in 1968 behaalde hangt de Solitair II inmiddels als trots museumstuk in de koepel van onze sociëteit. De skiff is in 2014 gerestaureerd. Pim Fenger schreef er destijds een verslag over in het Amstelkanaal (pdf, 1,5 mb).

1968 Jan wint OS - GOUD

Op de Olympische spelen van 1968 in Mexico wint Jan Wienese op 19 oktober 1968 in de skif op de hoog gelegen Xochimilco baan een gouden plak. Op het erepodium stonden:

int Jan tijden 

Bijzonder? Zeker weten. Door Nederland nog nooit eerder of daarna vertoont. En zeker voor een burgerroeivereniging een unieke score. Hoe het allemaal zo gekomen is...

1942
Het enige dat ik me herinner uit de oorlog zijn over het Rokin marcherende en zingende Duitsers over de Heimat, maar verder, nee.
Ik ben een ras Amsterdammer, geboren en getogen op de Singelgracht. Vast een eigenwijs jongentje, dat wel. Maar verder een gewone jeugd.
Sporten heeft me altijd getrokken. Eerst een beetje tennis, daarna turnen bij Wilskracht (ooit opgericht door Amstelleden) in de Nieuwe Passeerdersstraat en als 12-jarige bij zwemmen in de Amstelrivier geboeid geraakt door het roeien. Bij De Amstel ben ik goed onthaald dus daar in oktober 1954 lid geworden en gebleven. Jan is nu met 64 jaar ons langst roeiende Amstellid en wil daar graag nog 50 jaar aan vastplakken.

Arie Adams (bootsman van 1936 - 1986)
heeft me de eerste halen in de bak bijgebracht. Hij was ook de man die veel later een wedstrijdskiffeur in mij zag. Geen talentjochie, maar wel uit het goede hout gesneden. Maar terug naar ´55. Eerst als jeugdroeien de oefengiek (Juventus, loeizware praam in vergelijk met de huidige jeugdskifs) in. Herman Otto sr. en Jaap Bark -gewezen wedstrijdroeiers- waren mijn eerste instructeurs.
Later werd dat een overnaedsche vier op de wedstrijden. Oh ja, ik werd een keer 3 maanden geschorst vanwege het niet groeten van mijn vriend en clubgenoot Arie, maar een paar weken later kwam tijdens de training op de Bosbaan bestuurslid Han Beumer het opheffen want anders lag het succesvolle viertje uit elkaar. Overigens allemaal kort van stof, geen geouwehoer, varen met die schuit. En heb je adem om te kwekken, dan doe je niet genoeg je best.

Bertus Gunther, winnaar van de Diamondsculls in 1929 was zeker een voorbeeld, maar was niet aardig naar mij, geen diplomaat. Ik vond dat wel cool. En hij vond zich de beste, niemand anders. "De Amstel", c´est moi! Punt uit. Later begreep ik dat zelfvertrouwen een heel groot goed is, wil je als skiffeur een kans maken. Zeg maar wilskracht, zelfvertrouwen en keihard zijn is net zo belangrijk als roeitechniek of wedstrijdtactiek., misschien wel belangrijker. Andere markante figuren uit die tijd waren Voorzitter Jo Noorweegen, een man van de regeltjes. En dat botste nog wel eens als ik een deurpost als trainingstoestel gebruikte. En in die zin wist hij me toch te prikkelen en te motiveren. Mijn roeien zag hij dan ook wel zitten. Daarna kwam Bert Krot. Geen echte roeier, maar wel een sponsor met visie en als voorzitter heel sterk overtuigd dat roeien centraal moest staan in het beleid en de investeringen. Hij heeft heel veel mogelijk gemaakt, voor De Amstel maar zeker ook voor mijn roeien. Een perfecte click. Zijn opvolger Koen Visscher was voor mij 99% coach en misschien 1% trainer. Ook hij had een breed netwerk in de sportwereld en toetste zorgvuldig mijn kansen. Even een feest koers meepakken was er niet bij.

Fysio
Na het Hervormd Lyceum met gymdocent (en dr.) Carlier koos ik voor het CIOS, de interne opleiding tot sportleraar. In een schier militair geleide, zeer gedisciplineerde opleiding leerde ik de theorie van lijf en leden toe te passen op de sporter en dus op mijzelf. Via een Amstellid Jan Rodenburg heb ik op zijn instituut de opleiding omgebogen naar fysiotherapeut. Ik heb nog steeds een praktijk in Noord en een belangrijk deel van mijn seniore klanten/patiënten houd ik met fysiotherapie mobiel.
"Wienese ladders", het bedrijf van mijn vader, heeft me op een half jaartje proeven na niet kunnen binden. Een topsporter in een kantoortje opsluiten werkt niet.

int Jan coach Koen int Jan in soos
coach Koen Jan naast Jan met Frans Göbel

Coaches en successen
Terug naar het roeien. Als seniorroeier kreeg ik Piet Kruyswijk als coach. In het voorjaar in de acht en na de Head skiffen. Ook hij trainde mij in het verlengde van de Gunthergeest. Met hem won ik in 1965 brons op de EK in Duisburg. 
Wat ik van Piet geleerd heb is vooral het bewaren van jeugd-elan, spontaan blijven reageren en daarmee je alertheid trainen, voor je zelf opkomen en voor een skiffeur super belangrijk: extravert zijn en direct durven reageren. Helaas ging het mis op Henley. Door een technische fout -te ver doorhalen en daarmee buiten je macht uitpikken- ging het succes aan mij voorbij. Een gedwongen terugreis met Piet betekende het verbreken met de coach. Greet Dusseldorp overbrugde dat voor een korte periode.
KNOarts Ansco Dokkum pakte het weer stevig op. Ik zat in de KNRB selectie en vanuit de TAC (Technische advies Commissie) kreeg ik hem toegewezen. "Dokter" was zijn in de studentenwereld gebruikelijke aanspreektitel. Starten heeft hij me geleerd. In een training 50 maal 5 starthalen en dan op baantempo die snelheid nog 15 halen vasthouden, draaien en dito terug. In de volgende wedstrijd wist ik dat toe te passen en inderdaad lag ik na 20 halen voor in het veld met een prima zicht op alle tegenstand. En dat is absoluut een basis voor winnen.
1966 was voor mij een internationaal groei-jaar met zilver op de WK in Bled.
Maar de Dokter was voorzitter van de KNRB en chef de mission voor Mexico. En dus droeg hij het over aan Koen Visscher. Koen had zelf veel geroeid, was adrem, heel direct en kon goed analyseren. Maar bovenal gezellig in het contact buiten de training. Kortom een prima combinatie van effectief en aimabel begeleiden.

En dan GOUD
Wat een finale. Het zuurstoftekort, de hitte en het ruwe water waren slopend. Ik had me op die drie afzonderlijk in trainingskampen voorbereid. Maar hier kwam het samen.

int Jan fotofinish 

Na de finish was er geen ruimte voor emotie. Een knallende koppijn, de angst het bewustzijn of erger te verliezen hebben mij in een roes vastgehouden tot ver na de ceremonie. Ik herinner me slechts felicitaties van Prinses Irene, KNRB vertegenwoordiger, Udo Suermondt, natuurlijk van Doctor Dokkum en van Koen. En je wint natuurlijk goud, maar het is vooral je omgeving die je in het goud zet. Zo ook bij terugkeer bij Koningin Juliana, de Minister, de Burgemeester en op de Amstel zelf.

Tot slot
Even heel wat anders. De roeiwereld en vooral De Amstel is één grote familie en tegelijk een relatiebeurs. Menig roeier vond er zijn partner. Ik ook. En met Marjan kreeg ik een zoon Michiel. Nee geen roeier, maar wel een prima schaatser die de afgelopen mastersWK winnend wist af te sluiten. De sport, het roeien, die familie en wat je er ook bij betrekt, dat is ook allemaal een gouden gevoel.

Oh ja. Nog even wat anders. Toen roeide je als westerse pure amateur (en daar werd strak op gecontroleerd gelijk nu de doping) tegen "staatsamateurs" uit het oostblok, feitelijk dus wel degelijk profs. Hoe dat kon was voor mij en Koen een raadsel, maar gelukkig wel lachwekkend en dat deden we dan ook.

Nog plannen Jan? Bondscoach op Cuba misschien?
Man, dat kunnen ze niet betalen en ik heb er de tijd niet voor.
Nee, laat mij maar varen. En die 20ste oktober wordt natuurlijk een familiefeestje van de bovenste plank. Ik ga ervan genieten.

 

Jan, Van harte gefeliciteerd met dit jubileum, geniet van een fijne dag, bedankt voor dit openhartige gesprek en ik wens je behouden vaart.

Peter de Graaf.